samenvatting van het boek

klik voor vergroting

 

1 Beleving van seksualiteit en intimiteit

Dit eerste hoofdstuk gaat over datgene waarmee seksualiteit en intimiteit begint en eindigt: de persoonlijke beleving van mensen. Het eerste hoofdstuk betreft een begripsverkenning en in dit hoofdstuk worden de belangrijkste begrippen (intimiteit, erotiek en seksualiteit) gedefinieerd. Er wordt een keuze gemaakt voor seksueel taalgebruik. Bovendien wordt het gevarieerde menu van seksuele gerichtheid (heteroseksualiteit, biseksualiteit, homoseksualiteit) en genderidentiteit gepresenteerd. Daarna is er informatie over parafilieŽn, zoals SM, pedoseksualiteit en fetisjisme. Inzicht in de variaties in seksualiteit en gender draagt bij aan het begrijpen van gevoelens van cliŽnten en van zichzelf. De seksuele rechten van de mens worden behandeld alsmede een passende definitie van seksuele gezondheid. Bevolkingsonderzoek naar de maatschappelijke acceptatie van seksuele en seksediversiteit wordt weergegeven. Deskundig inzicht biedt een basis voor professionele reflectie op normen over afwijkend seksueel gedrag.


klik voor vergroting

 

2 Biopsychosociale seksuologie

De wetenschap die de seksualiteit tot onderwerp heeft, heet de seksuologie en wordt gevoed door drie wetenschappen: biologie, psychologie en sociologie. In hoofdstuk 2 wordt een samenhangende verklaring gezocht voor seksueel en intiem gedrag van mensen. Hoe komt het dat mensen op een bepaalde manier vormgeven aan seksualiteit en intimiteit? Hoe komt het dat jongens en meisjes, mannen en vrouwen, autochtone en allochtone Nederlanders verschillen in seksueel gedrag en normen over seksualiteit? De kennis wordt hier gepresenteerd en biopsychosociaal geÔntegreerd. Uit de biologie gaan we in op geslachtsontwikkeling en erfelijke bepaaldheid van seksuele gerichtheid. Uit de psychologie worden drie begrippen geselecteerd die veel verheldering bieden voor het begrijpen van seksueel gedrag: seksueel script, lichaamsbeeld en duale controle. Uit de sociologie gendersocialisatie, de maagdenvliesmythe en seksualiteit in andere culturen. In de afsluitende paragraaf wordt integraal het seksuele, intieme en geslachtsspecifieke gedrag van mannelijke en vrouwelijke cliŽnten biopsychosociaal geduid.

klik voor vergroting

3 Seksuele ontwikkeling

In dit hoofdstuk wordt de seksuele ontwikkeling behandeld. Met het begrip seksuele ontwikkeling bedoelen we hier het lichamelijke groeiproces en het psychische leerproces van individuele mensen met betrekking tot seksueel gedrag. De meest actuele definitie van seksuele gezondheid wordt toegepast op de seksuele ontwikkeling. Daartoe worden verschillende levensfasen beschreven. Heeft een kind seksuele gevoelens? Hoe verloopt de seksuele ontwikkeling bij jongeren, volwassenen en ouderen? Hebben verstandelijk of lichamelijk gehandicapte mensen andere gevoelens? Is de seksuele ontwikkeling van psychiatrische cliŽnten gestoord? Welke mogelijkheden hebben mensen met een Autismeperspectiefstoornis in relaties? De seksuele responscyclus wordt beschreven, alsmede seksuele disfuncties. Naast seksueel gedrag komen in dit hoofdstuk verschillen in beleving aan de orde en de standpunten ten aanzien van die beleving (permissief, restrictief, repressief). Dit hoofdstuk is ingeperkt tot vraagstukken over de ontwikkeling van seksualiteit en intimiteit en legt daarmee een basis voor hoofdstuk 4 over Seksuele en relationele vorming.
Het volledige drieluik van Bosch; klik voor vergroting 4 Seksuele en relationele voorlichting en vorming

In dit hoofdstuk komt de seksuele en relationele voorlichting en vorming bij acht (doel)groepen aan de orde. Onder seksuele voorlichting wordt verstaan het overdragen van kennis over seksualiteit. Seksuele en relationele vorming betreft het ontwikkelen van competenties en het overdragen van normen en waarden. De lezer verwerft basisinformatie over voorlichtingskunde en leert een effectief voorlichtingsprogramma te ontwerpen en uit te voeren. Er is speciale aandacht voor begeleiding van gebruik sociale media en voor preventie- en voorlichtingsmethodiek op het gebied van soa en hiv in het bijzonder, pornografie, voorlichting en hulpverlening voor prostituťs/prostituees en begeleiding bij seksuele contacten van gedetineerden. Professionele vorming is erop gericht dat cliŽnten bevredigende intieme en seksuele relaties kunnen hebben. Ook cliŽnten hebben seksuele rechten. Er is in dit hoofdstuk aandacht voor seksuele contacten van cliŽnten. Na aanbevelingen voor teamsamenwerking sluit een paragraaf over leuke en lekkere seks dit hoofdstuk af.

klik voor vergroting

 

5 Seksueel misbruik

In hoofdstuk 5 wordt seksueel misbruik behandeld. Als we spreken over het niet respecteren van andermans grenzen in het seksuele verkeer, zijn er drie belangrijke begrippen in de Nederlandse vakliteratuur: seksueel geweld, seksueel misbruik en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hoe hanteert de hulpverlener signalen van misbruik? Hoe begeleidt de hulpverlener de cliŽnt met misbruikervaring in de leefsituatie? Nogal wat cliŽnten in de hulpverlening zijn slachtoffers of plegers van seksueel geweld. Welke gevoelens kan het werken met slachtoffers en plegers oproepen bij de hulpverlener? Welke functie kan de hulpverlener vervullen, wanneer verwijst hij door? Hoe werkt de hulpverlener samen met gespecialiseerde therapeuten als er sprake is van traumatische problematiek? Effecten en signalen van seksueel misbruik, behandelingsmethoden, preventie krijgen volop aandacht alsmede loverboys en jongensprostituťs. Een reflectie op "ja" en "nee" bij seks sluit het hoofdstuk af.

Het volledige drieluik van Bosch; klik voor vergroting 6 De hulpverlener

In hoofdstuk 6 staat de relatie hulpverlener-cliŽnt centraal. Welke intieme en seksuele gevoelens kunnen er spelen tussen hulpverleners en cliŽnten? Welke uitingen zijn positief voor beide partijen? Waar liggen de grenzen van seksualiteit en intimiteit in de hulpverleningsrelatie? In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de toelaatbaarheid van seksuele contacten tussen hulpverleners en cliŽnten: de wet- en regelgeving bij strafbare seksuele contacten. Ook de toelaatbaarheid van seksuele contacten tussen jongeren en volwassenen wordt behandeld. Hoe spelen overdracht en tegenoverdracht een rol in de relatie tussen cliŽnt en hulpverlener? Wat zijn voor- en nadelen van gedragsprotocollen? In dit hoofdstuk komt seksueel misbruik door hulpverleners aan de orde. In dit hoofdstuk staat naast kennisoverdracht vooral bewustwording van risico's, de reflectie op eigen normen en grenzen en die van anderen centraal. Het boek wordt afgerond met een epiloog en register. De literatuurlijst, de themataken, het websiteoverzicht en verdiepingsteksten staan op de website.

terug naar boven Tekstgrootte: + -